Levensvreugde

Levensvreugde

Ze is verbijsterd. Sabrina kende zichzelf niet meer terug. Haar wereld was gehuld in een donkere nacht. Door de mist was ze het spoor kwijt geraakt. Met een zicht van één meter. Ze worstelde zich er doorheen om naar het licht te komen. Daar lagen al de antwoorden op haar vragen.
Donkere figuren begluurden haar achter de bomen. Aangekomen op een t splitsing staat ze voor een keuze. Neemt ze de linker of de rechter pad. Als ze links afslaat wordt ze overvallen door een hagelbui. Neemt ze de rechterafslag, dan raakt ze verzeilt in een fikse onweersbui. Moeilijk is de beslissing niet. Liever uitzien als een verzopen katje dan de grote korrels hagel. Die doen zo pijn op haar huid.

De weg ligt vol met hobbels en kuilen. Oeps, ze valt de diepte in. Blikseminslag heeft ervoor gezorgd dat er een spleet in de weg is ontstaan. Au, au, au, de zijwanden bezorgen haar gekneusde plekken.
Voor dat ze de bodem bereikt is het haar duidelijk geworden. Dit ga je niet redden. Zacht belandde ze in de modder. Getverdemme, wat vies, getverdemme, wat lekker zacht. Wat een geluk heeft ze. De bodem is zacht, smeuïg. Langzaam komt ze overeind. Tot haar verbazing voelt de bodem heel stevig aan. Met haar bruine ogen speurt ze de omgeving af. Ze kijkt omhoog en ziet in de verte licht. Hoe kom ik omhoog. Lieve help. Ligt ze eindelijk zacht en toch wil ze terug naar de bewoonde wereld. Iets in zichzelf dwingt om de situatie te overzien. Zweetdruppels verschijnen op haar gezicht.

Het is hier nog eens niet koud. Ze bekijkt de wanden. Rode stenen steken uit de wand. Ja, daar kan ze bij. Met veel inspanning bereikt ze de rode stenen. Als ze eenmaal op deze stenen staat, overkomt haar een gevoel. Blijft bij je jezelf, zoek de kracht die vanuit de aarde, door je voeten omhoog gaat. De voeten beginnen te tintelen. Jee, als Sabrina maar niet valt. Toch blijven ze heel stevig op de stenen staan. Het is net of ze zijn verankerd. Ze voelt de moed om verder naar boven te klimmen. Haar onzekerheid is aan het wegvallen.
En daar ziet ze meteen de volgende stenen. Ze zijn gekleurd in oranje. Met haar handen omhoog, klimt ze op de oranje stenen. Oeps, meteen als ze erop staat gaat de kleur oranje door haar lichaam heen. Haar ogen kijken ondeugend. Speels en bijna huppelend bereikt ze nu de gele stenen. Zo gauw ze erop staat gaat haar lichaam stralen. In haar ogen weerspiegelt de zon. En wordt helemaal gevoed door de zon. Zo sterk als ze nu is, klimt ze naar de volgende kleur, groen. Haar hart gaat nu tekeer. Klop, klop. Wie klopt er aan mijn hart? Ze maakt haar innerlijke deur open. Een stroom van warmte trekt door haar hele lichaam. Deze warmte is nog lekkerder dan het zonlicht. Ze bekijkt nu haar situatie waar ze nu inzit vanuit haar hart. Hoe heeft ze, toch zo kunnen vallen. Het is wel knap van haar dat ze heeft gewaagd aan deze klimtocht. Vanuit haar hart ziet ze hoe ze vroeger leefde. Jawel, er is wel degelijk iets veranderd bij Sabrina. Moed, levenslust is terug gekeerd.
Ha, daar ziet ze blauw stenen. Met een gemak klimt ze op de stenen. Ze kijkt naar haar lichaam. Alles is blauw. Blauwe handen, voeten, lippen. Zelfs haar kleur van haar ogen zijn veranderd in blauw. Uit haar keel borrelt een liedje omhoog. “Ik heb je zo lief. Ik heb je zo lief. Als de regenboog zo lief.” Met dit liedje klimt ze verder omhoog. Met haar blote voeten staat ze op indigo stenen. Wederom kijkt ze naar lichaam en ziet dat al haar gekneusde plekken zijn verdwenen. Ze kijkt naar beneden en alle stenen fonkelen.
Nu nog het laatste stukje. Met een kleine sprong is ze uit de diepte en staat ze volop in het wit te licht. Omringd door alle kleuren van de regenboog